H1: Inleiding

H1.1 Reizen en zoeken

In de titel van deze gids komen twee begrippen voor die veel met elkaar te maken hebben: ‘reizen’ en ‘op zoek naar routes’. Wie een reis wil maken zoekt een route. Omgekeerd hoeft het zoeken naar een route niet te leiden tot een reis. Het kan een ander doel dienen of zelfs een doel op zich zijn. “Reizen in Gallia” hoeft dus niet te betekenen dat de auto, de fiets of de wandelschoenen voor de tocht gereed gemaakt moeten worden. Reizen kan ook thuis. Bijvoorbeeld met een reisbeschrijving. Die manier van reizen is goedkoop, comfortabel, vergt geen kennis van vreemde talen, en er kan gewoon stamppot boerenkool bij gegeten worden.

Een voorbeeld: Reizen met Herodotos van Ryszard Kapuściński1. Bij het lezen daarvan worden niet alleen de reizen van Kapuściński gemaakt, maar ook nog eens die van Herodotos. Herodotos was een Griek die ca. 485 vóór Christus werd geboren in Halicarnossos, in het westen van het huidige Turkije (in de atlas Bodrum), en met zijn reizen wereldberoemd is geworden. En die roem gold niet voor een paar jaar of een mensenleven, maar zijn reisverslagen worden al bijna 25 eeuwen lang gelezen en gewaardeerd. Er zijn mensen die er zelfs zo door zijn geboeid dat ze Herodotus als een persoonlijke vriend beschouwen en zijn Historiën altijd onder handbereik hebben. Zo kan het gebeuren dat men de volgende zin tegenkomt: “Mijn kennismaking met Hèrodotos dateert van 1912 en ik vond hem al dadelijk een aardige man“2.

De gids die u nu voor u heeft is trouwens geen reisbeschrijving. Hij kan eventueel wel gebruikt worden als reisgids, maar voor wie dat wil ook als uitgangspunt voor het zelf zoeken van een route. Een route die in de oudheid al bestond en gelegen was in het gebied dat Gallia heette. Dat zoeken hoeft trouwens niet eens buiten te gebeuren, maar kan ook thuis vanuit een stoel. Desnoods een luie stoel, mits aan een tafel met boeken, kaarten en/of een aansluiting op het internet. Zijn de Romeinse routes inmiddels niet allemaal en helemaal bekend? Nee dat zijn ze niet. Wie deze gids gaat gebruiken zal daar zelf al snel achter komen. Is het mogelijk dat u als leek iets aan de kennis ervan bij zou kunnen dragen? Ja, dat zou heel goed kunnen. Ook dat blijkt in deze gids op tal van plaatsen. De auteur ervan is eveneens een leek, zijn tijd en middelen zijn zeer beperkt en Gallia is geweldig groot. Maar hij is niet de enige die in dit onderwerp is geïnteresseerd. Jaarlijks brengen zeer veel mensen hun vakantie in Gallia door en een aantal daarvan zal niet altijd zin hebben om wéér aan het strand te liggen of wéér een kerk of kasteel te bezoeken. Misschien is het zoeken naar Romeinse routes en wegen een welkome en ontspannende afwisseling.

Alweer is niet bedoeld dat het zoeken per se in de open lucht moet plaatsvinden. Veel mensen verdiepen zich vooraf in hun reisdoel. Er zijn boeken en internet-sites die iets vertellen over een bepaalde omgeving, over de geschiedenis ervan en over de archeologische vondsten die er zijn gedaan. In al die informatiebronnen kunnen dingen beschreven staan waarmee deze gids verbeterd of aangevuld zou kunnen worden. Ook zullen er in de loop der tijd nieuwe feiten boven water komen, aangedragen door de archeologie of door hen die zich met regionale geschiedenis bezig houden. En dan is er natuurlijk toch het reizen zelf. Voor veel Nederlanders is Frankrijk hét vakantieland. Hoewel Gallia veel meer omvat dan alleen Frankrijk, overheersen in deze gids toch de routes in dat land.

Hoewel er in de hierna volgende teksten en routebeschrijvingen gebruik is gemaakt van elke bron die de auteur maar kon vinden, is toch vooral één document leidend geweest, ja zelfs de reden waarom al het werk is gedaan. En dat is de zogenaamde Peutinger-kaart. In het Duits bekend als Die Peutingerische Tafel, in Frankrijk als La Table de Peutinger. Dat zijn de benamingen in de drie nationale talen die in het huidige Gallia worden gesproken. Ook in het Letzeburgisch en het Schwytzertütsch zal men spreken over de Peutingerische Tafel, want de kaart is genoemd naar Konrad Peutinger (1465-1547), vanwege diens pogingen om haar gepubliceerd te krijgen. De enkele gewetensbezwaarde Fransman die geen Duitse naam in de mond wil nemen kan haar Table Théodosienne noemen. Die benaming is weliswaar onjuist, maar in Frankrijk algemeen bekend.

H1.2 De Peutinger-kaart

Ondanks het bestaan van veel boeken over kaarten en cartografie is niet iedereen op de hoogte van het bestaan van de Peutinger-kaart. De oorzaak daarvan is dat de samenstellers van die boeken het document niet altijd tot de echte kaarten rekenen en haar dus ook niet altijd opnemen. En dat is terecht, want de Peutinger-kaart is een ander soort kaart dan een topografische. Dat is tegelijk ook het moeilijke aan het document: het wennen aan het feit dat het eigenlijk géén kaart is en dus ook niet als zodanig beschouwd en behandeld mag worden. Wie er voor het eerst een blik op werpt (nagetekend fragment*) zal dan ook niets herkennen. Er staan gebergten op en rivieren en zeeën, maar die lijken niet op de bergen, rivieren en zeeën van onze vertrouwde aarde. Is de kaart achtergelaten door bezoekers van een verre planeet? Alleen het formaat is al buitenaards. Toen de kaart nog één geheel was, bestond ze uit een rol van ca. 35 cm breed en ca. 683 cm lang. Omdat het op- en uitrollen van de kaart voor grote slijtage zorgde heeft men in de negentiende eeuw de elf vellen perkament waarop ze was getekend van elkaar los gemaakt.

Deskundigen schatten dat de kaart in de twaalfde of dertiende eeuw is gemaakt en een natekening is van een exemplaar dat uit de oudheid stamt. Dat origineel bevatte ooit aan het begin van de rol nog meer informatie. Die is echter door de middeleeuwse kopiist weggelaten omdat ze in zijn tijd al ontbrak of dermate versleten was dat kopiëren geen zin meer had. Op dat ontbrekende deel hebben Groot-Brittannië, Spanje en Marokko gestaan. Ook een klein stukje van Frankrijk trouwens. Naar rechts strekt de kaart zich uit tot aan India (de hier gebruikte natekeningen tonen uitsluitend Gallia). Alleen al door het merkwaardige formaat kan de kaart geen getrouwe afbeelding van de werkelijkheid geven. Een vaste schaal en oriëntatie, zoals wij van topografische kaarten gewend zijn, moet men op de Peutinger-kaart dan ook niet zoeken. Daardoor is het ook niet mogelijk om rivieren en bergen op zo’n kaart op de juiste plaats neer te zetten. Er is gewoon helemaal geen juiste plaats, voor geen enkel kaartelement.

Het zal duidelijk zijn dat het niet goed mogelijk en trouwens ook niet zinvol is om de kaart in deze gids in haar geheel af te beelden. Daarom is volstaan met natekeningen van het meest linkse en meest bovenste stuk ervan. In de hoogte is ongeveer driekwart weergegeven. Daardoor is de Middellandse zee nog goed te zien (de smalle band aan de onderzijde van de tekening), maar ontbreekt de detaillering van Afrika. Van de lengte is ongeveer een zesde deel weergegeven. In het linker deel van de tekening is ergens een stippellijn getrokken*. Het gedeelte links van de stippellijn komt op de echte Peutinger-kaart niet voor. Het stond waarschijnlijk wel ooit op het voorbeeld dat de kopiist uit de dertiende eeuw voor ogen had, maar natuurlijk niet precies op deze manier. De aanvulling op deze tekening is overgenomen van de in 1916 gepubliceerde reconstructie door C. Miller. Hoe het mogelijk is om een stuk dat misschien al zeven of acht eeuwen geleden verloren is gegaan te reconstrueren komt verderop ter sprake.

Bij alle plaatsen die in deze gids tot Gallia worden gerekend is de naam gezet. De dunne bruine sliert op het linkergedeelte stelt de Pyreneeën voor. Daar is Gallia op drie plaatsen toegankelijk. Alle drie worden ze “Summo Pyreneo” genoemd*. Denk hierbij aan het Spaanse el sumo, Italiaans il sommo = het hoogste. Daarmee wordt in dit geval het hoogste deel van de weg tussen Gallia en het Iberisch schiereiland bedoeld. Wij zouden over een ‘bergpas’ spreken. Van links naar rechts zijn het de Col de Bentarte, de Col du Somport en de Col du Perthus. Boven dit linkerdeel van Gallia is een stuk van Britannia te zien. Plaatsnamen in Britannia en links van de Pyreneeën zijn weggelaten. Er is op de natekeningen trouwens nog veel meer weggelaten, maar daarover straks meer. Aan de rechterzijde eindigt Gallia met drie bergpassen in de Alpen* (In Summo Pennino, In Alpegraia, In Alpecottia) en verder bovenaan met de plaats Augusta Ruracum = Augst in Zwitserland, aan de Rijn ten oosten van Bazel, en onderaan en meer naar links met Varvm = St.-Laurent-du-Var, aan de rivier de Var, die in de oudheid de zuidoostelijke grens was van Gallia (transalpina).

Aan de bovenzijde wordt Gallia ook begrensd door een rivier (Renus = Rijn) en aan de onderzijde door de Middellandse Zee, die als een wat bredere strook is weergegeven. Op de natekeningen in deze gids zijn een aantal elementen weggelaten. Genoemd zijn al de plaatsnamen in de gebieden buiten Gallia. Verder de namen van rivieren, bergen, meren en eilanden. En ook die van landstreken en volkeren. Zoals eerder gezegd kunnen deze kaartelementen onmogelijk op hun juiste plaats terechtkomen en ze kunnen dus in verband met de op de kaart getekende routes alleen maar verwarrend zijn. Wie toch nieuwsgierig is naar dat soort namen kan op het internet wel een goede weergave van de Peutinger-kaart vinden (zie het onderdeel “Bronnen”), maar wie even geen internetverbinding bij de hand heeft (bestaat dat nog?) kan er ook op een andere eenvoudige en misschien zelfs wel aangenamere manier aankomen. Namelijk door een uitstapje te maken naar het Valkhofmuseum in Nijmegen, of naar het Thermenmuseum in Heerlen. Op die manier wordt er tevens een plaats in Gallia bezocht die ook op de Peutinger-kaart staat. Want Nijmegen staat er op als ‘Nouiomagi’ en Heerlen als ‘Cortouallio’, direct onder ‘Veteribus’. Nouiomagi en Veteribus bevinden zich bovenaan de kaart, enigszins links van het midden op het nagetekende fragment*. Men beschouwt de namen op de kaart vaak als (grammaticaal) verbogen en niet zelden ook als verhaspelde vormen.

In teksten wordt een soort standaard schrijfwijze gehanteerd. De genoemde plaatsen zal men daar aantreffen als Noviomagus (Nijmegen), Coriovallum (Heerlen) en Vetera (Fürstenberg bij Xanten). Waar in deze gids de standaard-schrijfwijze (de veronderstelde nominativus) is gehanteerd, is deze ontleend aan De Romeinse Reisgidsen van Dr. W. Bruijnesteijn van Coppenraet3. In tekst 8 (H8.3) wordt uiteengezet wat er met die gestandariseerde vormen mis is en waarom ze in deze gids soms wel maar meestal niet gebruikt worden. Maar nu terug naar Nijmegen of Heerlen. In de genoemde musea is een publicatie4 te koop die over de zogenaamde ‘Nijmeegse kopie’ van de Peutinger-kaart gaat. Deze kaart wordt ook wel ‘de kaart van Kam’ genoemd en is in 1598 gedrukt bij Johannes Moretus (ca.1543-1610) in Antwerpen. Ze is ongeveer half zo groot als de echte Peutinger-kaart en er heeft iemand op zitten knoeien met kleurtjes. Daarvan is in de genoemde (zwart-wit) publicatie gelukkig weinig te zien.

De kaart van Kam is een vrij goede kopie van het origineel, in die zin dat er bij het natekenen weinig fouten zijn gemaakt. De stijl van tekenen en ook het schrift wijken van het origineel nogal af, maar de kaart is daardoor voor ons zelfs beter leesbaar. Verder heeft het origineel sinds 1598 schade opgelopen die op de kaart van Kam uiteraard nog niet zichtbaar is. Daardoor heeft de Nijmeegse kopie ook wetenschappelijke waarde. De bedoelde publicatie bestaat uit twee kleine boekjes die voor een kleine prijs te koop zijn. Eén deeltje (‘commentaar’) bevat een tekst over de herkomst en de latere avonturen van de kaart, en het andere deeltje (‘de kaart’) foto’s van de Nijmeegse kopie. Het betreft hier de hele Peutinger-kaart, zodat daar alles op te zien is wat er op de natekeningen in deze gids is weggelaten. Wat op de laatstgenoemde is overgebleven zijn de kaartsymbolen, de rode verbindingslijnen, de plaatsnamen en de afstanden in Gallia. Hoe van deze elementen routes in Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, België, Luxemburg en Nederland gemaakt kunnen worden wordt later besproken. Eerst iets meer over het begrip ‘Gallia’.

H1.3 De grenzen van Gallia

Wie in de index van een geschiedenisboek of historische atlas op zoek gaat naar het woord ‘Gallia’, zal ontdekken dat die naam vaak vergezeld gaat van een nadere omschrijving. Julius Caesar bijvoorbeeld heeft het in zijn verslag van de Gallische oorlog onder andere over Gallia Cisalpina, Gallia Transalpina en Gallia provincia. De reden daarvan is dat het Gallische gebied onder Romeins bestuur in de loop der tijd steeds groter is geworden en juist door toedoen van Caesar (100-44 v.Chr.) tenslotte zulke afmetingen aannam dat niet alleen de behoefte ontstond om nader aan te geven welk deel van Gallia men bedoelde, maar ook om het uit oogpunt van beheersbaarheid in administratieve eenheden op te delen. Zo ontstonden de diverse provincies met namen als Gallia Belgica, Gallia Lugdunensis, Gallia Narbonensis en Gallia Aquitania. Dat deze namen niet altijd dezelfde lading dekten blijkt bijvoorbeeld bij die van Aquitania. Caesar duidde daarmee het land aan tussen de Garonne en de Atlantische Oceaan, maar bij de provincie-indeling onder Augustus, (63 v.Chr.-14 n.Chr.), strekte het zich uit tot aan de Loire. Aquitania was daarmee opeens zeer veel groter geworden (doch zie het einde van H4.3). Het is dus van belang om te weten door wie en in welke tijd een dergelijke naam gebruikt werd.

Afbeelding H1.3.1. indeling van Gallia In deze gids wordt de grove indeling in vieren gebruikt met de grenzen zoals die door de Griekse geleerde Claudius Ptolemaeus (87-150) zijn aangegeven. Ptolemaeus heeft die grenzen beschreven door in de verschillende provincies een aantal plaatsen te noemen. De meeste van die plaatsen zijn op afbeelding H1.3.1. op een kaartje van Frankrijk (en omgeving) neergezet. De verschillende Gallia’s zijn met kleuren onderscheiden. Aquitania (linksonder) wordt aan de zuidkant begrensd door de Pyreneeën. Door de Cevennen wordt het gescheiden van Gallia Narbonensis (rechtsonder). Gallia Narbonensis wordt in het zuiden eveneens begrensd door de Pyreneeën en in het oosten door de Alpen. Dit deel van Gallia week nogal af van de rest, omdat het langer in nauw contact had gestaan met Rome en doordat het ’t eerste Gallische gebied voorbij de Alpen was dat door de Romeinen werd veroverd (eind tweede eeuw v.Chr.). Op het kaartje is te zien hoe dicht de geromaniseerde steden hier op elkaar stonden in vergelijking met de drie overige Gallische provincies, die later door Caesar zijn veroverd (midden eerste eeuw v.Chr.).

Gallia Narbonensis, genoemd naar haar hoofdstad Narbo Martius (Narbonne), was veel ‘Romeinser’ dan de rest, volgde Rome in zeden en gewoonten en gebruikte voor het aangeven van afstanden geen Gallische mijlen, maar Romeinse (die mijlen spelen in deze gids een belangrijke rol). Het door Caesar genoemde Gallia provincia is gewoon een andere naam voor Gallia Narbonensis. Nog altijd draagt een deel van dat land de naam Provence, namelijk het meest oostelijke stuk, tussen de Rhône en de Var. Gallia Lugdunensis lag ten noorden van de beide eerder genoemde Gallia’s en vormde eigenlijk de kern van het land. De provincie was genoemd naar haar hoofdstad Lugdunum (Lyon) en omvatte ruwweg het gebied van de Seine tot de Loire. De provincies Aquitanië, Narbonensis en Lugdunensis lagen alle drie grotendeels in het huidige Frankrijk. Dat heeft onder het Franse volk geleid tot de gedachte dat Gallia gewoon een oude naam was voor hun land.

Sinds de zestiger jaren van de 20e eeuw wordt aan die gedachte voedsel gegeven door de beeldverhalen over Asterix de Galliër. In het album ‘De Ronde van Gallië’ doen de helden van het verhaal dan ook alléén maar Franse steden aan. Ook Nice, dat in de oudheid helemaal niet bij Gallië hoorde en pas vanaf 1860 bij Frankrijk gerekend mag worden. Op de kaart van Cassini zal men het dan ook vergeefs zoeken. Toch loopt Gallia in de gidsen van Thiollier-Alexandrowicz5 en Bruijnesteijn-van Coppenraet ten oosten van de Var ook gewoon door tot Ventimiglia. In de oudheid werd dat stuk echter al bij Italia gerekend (Strabo, Ptolemaeus). De vierde (noordelijkste) provincie, Gallia Belgica, besloeg slechts een kleiner deel van dat Frankrijk. Het grootste deel ervan is tegenwoordig van België (helemaal), Luxemburg (helemaal), Nederland, Duitsland en Zwitserland. Want de noord- en oostgrens van Gallia werden gevormd door de Renus (Rijn) en de Alpen. In het zuiden werd Gallia begrensd door de Middellandse Zee en de Pyreneeën, aan de westzijde door de Atlantische Oceaan, Het Kanaal en de Noordzee. Althans, volgens onze moderne opvattingen van noord, oost, zuid en west. De Romeinen hebben Gallia echter op een andere manier beschreven. Daar over gaat de volgende tekst (H2).

________________________________________

  1. Ryszard Kapuściński: Reizen met Herodotos. Vertaald door Ewa van den Bergen-Makala. Amsterdam-Antwerpen 2005.
  2. Herodotos Historiën. Vertaling Dr. Onno Damsté. Bussum 1974. Inleiding p.V.
  3. Dr. W. Bruijesteijn van Coppenraet: De Romeinse Reisgidsen / Itineraria Romana. Arnhem 2006. Deze publicatie is uitsluitend bij de auteur verkrijgbaar. Zie http://www.brucop.com/millennium/nederlands/itineraria/
  4. P. Stuart: De Tabula Peutingeriana (2 deeltjes). Vereniging van Vrienden van het museum Kam, Nijmegen 1991. In verband met de naamswijziging van het museum is er in 1999 een gewijzigde herdruk gemaakt.
  5. Itinéraires romains en France d’après la Table de Peutinger et l’Itineraire d’Antonin par Gabriel Thiollier-Alexandrowicz, ingénieur INPG, Dijon 1996.