bronnen en problemen
Routes

MeSt: Metz – Straatsburg

PK100: Gallische mijlen opgegeven gemeten route
afstand afstand
Diuo Durimedio MatricorvmMetz MeSt
a. Ad duodecimum Arriance xii
b. Ad Decem Pagos Grostenquin xii vii
c. Pontesaraui Fénétrange x xi
d. Tabernis Saverne xii
Argentorate Straatsburg xiiii

RA133: Gallische mijlen opgegeven gemeten route
afstand afstand
Argentorate Straatsburg MeSt
d. Tabernis Saverne xiiii
b. Decem Pagis Grostenquin xx xxiii
Divodoro Metz xxxviiii xviiii

RA205: Gallische mijlen opgegeven gemeten route
afstand afstand
Dividorum Metz MeSt
c. Ponte Sarvix Fénétrange xxiiii xxx
Argentorate Straatsburg xxii xxvi

Als de identificatie van de stations correct is, dan slaan de afstanden in het Routeboek van Antoninus nergens op. Al meer dan drie eeuwen zoekt men deze route zuidelijker1, met gelijkstellingen als Ad Duodecimum = Delme, Ad Decem Pagos = Tarquimpol en Pontesaraui = Sarrebourg. Hier is er van uit gegaan dat de route min of meer de kortste weg van Metz naar Straatsburg volgde. Op twaalf (duodecimus) mijl van Metz ligt dan Arriance. In de volgende afstand is waarschijnlijk een bekende fout gemaakt: V is aangezien voor X. De afstand van Grostenquin naar Fénétrange is tegenwoordig niet meer helemaal over bestaande wegen te meten, want het stuk Grostenquin – Francaltroff is vrijwel helemaal verdwenen. Alleen aan de richting van de Rue de Guéring (naam niet op de toeristenkaart) in Francaltroff is nog te zien dat die vroeger de verbinding naar Grostenquin was. Nu eindigt de straat in een wirwar van paadjes tussen Erstroff en de Étangs de la Tensch (naam niet op de toeristenkaart, wel op 3513E). Van de afstand tussen Ad Decem Pagos en Pontesaraui is een mijl weggevallen.

Wie tegenwoordig van Metz naar Straatsburg rijdt doet dat over weg A4-E25-E50 en het is dus verleidelijk om het oog te laten vallen op de Ancienne Voie Romaine die ten noorden ervan door Narbéfontaine (ruim 25 km ten oosten van Metz) loopt. Die weg voert echter niet direct naar Straatsburg, maar naar het wat Romeinse wegen betreft nog nauwelijks ontdekte gebied tussen de route Trier-Metz en de Rijn. Dat dit gebied in de Gallo-Romeinse periode bewoond werd blijkt uit de opgravingen bij het Europese archeologiepark tussen Reinheim (Duitsland) en Bliesbruck (Frankrijk). Vandaar liep waarschijnlijk ook een route naar Saverne, getuige de Ancienne Voie Romaine ten westen van Binig en de vondsten die gedaan zijn bij Mackwiller. Hier is er echter van uitgegaan dat de oude route zoveel mogelijk de kortste weg van Metz naar Straatsburg volgde.

_________________________________________

  1. Zie bijvoorbeeld Ryh_2610_19 (rechtsboven, rond de cartouche): Civitas Leucorum sive Pagus Tullensis, aujourdhui Le Diocese de Toul. Par Guill. de l’Isle de l’academie R.le des Sciences. A Paris, Avril 1707.